De generale synode van de PKN (Protestantse Kerk in Nederland) op 19, 20 april heeft het jaargesprek voor predikanten ingevoerd. Direct daarop is er een discussie op twitter ontstaan over de naam van deze gesprekken. De gesprekken zouden geen functioneringsgesprekken mogen heten, omdat dat te beoordelend zou zijn en er was ook een oproep voor de beste naam voor dit gesprek. Een onzinnige discussie omdat iedereen andere verwachtingen en definities heeft van dit soort gesprekken. Het is belangrijker om te discussiëren over doel en aanpak.

Hieronder volgen enkele belangrijke punten voor een discussie over het doel van deze gesprekken. Deze worden gerelateerd aan de ideeën van PKN zoals verwoord op de  website, naar aanleiding van het besluit om deze gesprekken in te voeren.

Doelstellingen

Bij andere organisaties en ook bij de PKN kom ik tegen:

  • Beheersdoel: doet de medewerker (predikant) wat hij/zij moet doen en doet hij/zij dat goed? Het gaat hier om de kwaliteit van het functioneren. Dit is een belangrijk doel van de PKN.
  • Ontwikkeldoel: dit gaat zowel over het verbeteren van functioneren als over het ontwikkelen om geschikt te blijven voor de functie, daarin te groeien, dan wel te ontwikkelen in een loopbaan.
  • Motivatiedoel zodat de predikant met plezier werkt aan resultaten en ontwikkeling.

Het beheersdoel ligt gevoelig zo blijkt uit de discussies. Wie mag en kan een uitspraak doen over het functioneren van de (geroepen) predikant? Predikanten zouden angst hebben om beoordeeld te worden. Dat het niet gemakkelijk is om binnen de kerken dit instrument succesvol in te voeren blijkt uit eerdere (recente) pogingen.

Een belangrijke succesfactor voor dit soort gesprekken is de gesprekken niet te beschouwen als een (jaarlijks) terugkerend gesprek, maar als een onderdeel van een cyclus. Die cyclus bestaat uit het maken van heldere, meetbare afspraken over te behalen resultaten en te vertonen gedrag. Deze afspraken worden gemaakt tussen predikant en kerkenraad. Hoe concreter deze afspraken worden gemaakt, en hoe minder subjectief en voorspelbaarder de evaluatie wordt. Als dit niet gebeurt zullen de gesprekken weinig gaan opleveren en eerder demotiverend zijn of conflicten opleveren. Op basis van deze afspraken kan worden geëvalueerd, beoordeeld, gereflecteerd of …. wat dan ook.

Op de website van de PKN staat: «Een jaargesprek heeft “een karakter van een open, vertrouwelijke en gelijkwaardige dialoog, waarin alle betrokkenen zich ervoor inzetten om positief-kritisch te reflecteren op het eigen en andermans houding, handelen en functioneren.”».

Dit zijn mooie woorden, maar ze zijn voor velerlei uitleg vatbaar en geven daarmee risico op conflict. Afgezien van het bepalen van duidelijke doelen en het inrichten van een goede cyclus, zal er moeten worden nagedacht over:

  • Wie zijn betrokken in de cyclus en welke rollen onderscheiden we. Wat betekent gelijkwaardigheid in de bestaande (ongelijkwaardige ??) verhoudingen?
  • Welke spelregels zijn er (agenda, vertrouwelijkheid, consequenties, verslaglegging).

Ik begrijp dat de synode opdracht heeft gegeven om het instrument van jaargesprekken verder uit te werken. Daarover discussiëren is zinniger dan te discussiëren over een naam voor het instrument.

Ik heb veel ervaring bij ontwikkelen van dit soort instrumenten bij ondermeer zes universiteiten. Er zijn nogal wat overeenkomsten tussen wetenschappers en predikanten: hoog opgeleid, zelfstandig, intrinsiek gemotiveerd, complexe hiërarchische verhoudingen, en weinig traditie met deze instrumenten. Deze ervaring zet ik graag in bij de PKN.